Vervaltermijn voor de gefixeerde schadevergoeding bij ontslag op staande voet: één dag te laat is ook te laat!

Natuurlijk hoopt u er als werkgever niet mee te maken te krijgen, maar soms is het onvermijdelijk: het ontslaan van een werknemer op staande voet. Wanneer uw werknemer bijvoorbeeld eigendommen van u(w onderneming) heeft verduisterd of zich schuldig heeft gemaakt aan ernstig agressief gedrag, kan beëindiging van de arbeidsovereenkomst wegens een dringende reden noodzakelijk zijn.

Los van de directe schade die het handelen met zich mee kan hebben meegebracht – denk aan de waarde van de verduisterde zaken – kunt u ook aanlopen tegen hoge kosten vanwege het plotselinge gedwongen vertrek van de betreffende werknemer. Ter compensatie hiervan biedt de wet werkgevers de mogelijkheid de kantonrechter te vragen de werknemer te veroordelen om de zogeheten ‘gefixeerde schadevergoeding’ te voldoen. Deze vergoeding wordt gelijkgesteld aan het loon over de opzegtermijn dat u zou moeten betalen bij een reguliere opzegging. Deze kan daarmee – afhankelijk van de duur van het dienstverband – tussen de een en vier bruto maandsalarissen bedragen. Van groot belang is daarbij dat de termijn voor het indienen van een verzoek tot betaling van deze vergoeding slechts twee maanden bedraagt. Deze periode begint te lopen vanaf de dag van het ontslag. Dat betekent dat wanneer een werknemer bijvoorbeeld op 10 april op staande voet wordt ontslagen, het verzoekschrift binnen twee maanden daarna, zodoende uiterlijk op 10 juni, door de rechtbank dient te zijn ontvangen. In de rechtspraak zijn vele voorbeelden te vinden van verzoeken tot schadevergoeding die slechts enkele dagen te laat binnenkwamen en waarbij de kantonrechter zich vervolgens onverbiddelijk toonde: één dag te laat is ook te laat! De betreffende werkgever bleef daar vervolgens met lege handen achter.

Bij het geven van een ontslag op staande voet luidt ons advies om te bepalen of u aanspraak wilt maken op betaling van de gefixeerde schadevergoeding. Het is daarbij onverstandig om dit te laten afhangen van de omstandigheid of uw werknemer zich neerlegt bij het ontslag. Mocht de werknemer dit immers niet doen, dan kan hij een verzoek tot vernietiging van het ontslag indienen. De termijn hiervoor bedraagt ook twee maanden en begint eveneens te lopen vanaf de dag van het ontslag. Wordt dit verzoek door de werknemer op de laatste dag of kort daarvoor ingediend, dan is het tijdig indienen van een (tegen)verzoek om de gefixeerde schadevergoeding voldaan te krijgen bijna onmogelijk.

Kortom: de termijn voor het instellen van een verzoek tot schadevergoeding is kort en wordt door rechters streng gehandhaafd. Hebt u vragen over deze termijn in het bijzonder, of over ontslag op staande voet in het algemeen, neemt u dan contact op met de schrijver van deze blog.

Mario Biesheuvel