Pauliana

Menigeen zal zich afvragen wat hiermee wordt bedoeld.
Toch is het leerstuk dat achter dit begrip schuil gaat een belangrijk wapen voor schuldeisers. De (actio) pauliana stamt zelfs uit de Romeinse tijd. De neerslag daarvan is nog steeds in tal van rechtstelsels te vinden. In het Nederlandse recht is de bevoegdheid van de curator het meest in het oog springend. Buiten faillissement is er voor schuldeisers overigens een in beginsel identieke regeling in het Burgerlijk Wetboek opgenomen. Onder omstandigheden speelt de pauliana zelfs in het erfrecht.

Waar draait het om?

Hierna ga ik in het bijzonder in op de faillissementssituatie met een door de curator te ondernemen actie. Als gezegd is het uitgangspunt in het gewone handelsverkeer hetzelfde. Allereerst dient er sprake te zijn van een onverplicht verrichte rechtshandeling van de schuldenaar, als gevolg waarvan de schuldeisers in hun verhaalsmogelijkheden zijn benadeeld. De schuldenaar dient te hebben geweten van deze benadeling, terwijl een zelfde eis doorgaans ook wordt gesteld aan de wederpartij van de schuldenaar. Ook die moet van de benadeling hebben geweten. Kortom het dient te gaan om: onverplicht, benadeling en wetenschap. Voor de curator zijn er ook nog wat extra mogelijkheden. Zo kan hij onder bijzondere omstandigheden ook verplichte rechtshandelingen aantasten; bijvoorbeeld wanneer bekend was dat het faillissement al was aangevraagd of bij samenspanning tussen schuldenaar en een schuldeiser.

Billijkheid

Hoewel er hele bibliotheken zijn volgeschreven over de pauliana, blijft het een lastig terrein. De achterliggende gedachte is gestoeld op wat wij noemen de redelijkheid en de billijkheid. De schuldeiser mag niet de dupe worden van bewust benadelende acties van de schuldenaar. Die redelijkheid en billijkheid speelt ook elders in ons Burgerlijk Wetboek een prominente rol. Het effect van een geslaagd beroep op paulianeus handelen is dat de betreffende handeling wordt vernietigd. Waar nog mogelijk dient de benadeling te worden opgeheven. De benadeling kan overigens vele vormen aannemen. Het gaat lang niet altijd om een betaling of een verrekening of iets dergelijks. Zo kan ook worden gedacht aan allerlei perikelen die ontstaan bij verpanding van vorderingen, of bij het verstrekken van zekerheden zoals hypotheken.

Bewijspositie

De bewijspositie is veelal lastig. In faillissement zowel als daarbuiten wordt het beroep op paulianeus handelen onder omstandigheden wel enigszins versoepeld. De bewijslast wordt dan omgekeerd. Zo wordt in de Faillissementswet opgesomd onder welke omstandigheden de wetenschap van benadeling wordt vermoed aan beide zijden te hebben bestaan. De referteperiode beslaat overigens een jaar voorafgaand aan het faillissement. In zijn algemeenheid betreft het dan transacties tussen gelieerde vennootschappen of familieleden. Een zelfde omkering kan ook spelen bij voldoening van een niet opeisbare schuld of transacties waarbij er opmerkelijke waardeverschillen spelen.

Tot besluit

In faillissement, maar ook daarbuiten vormt de hier beschreven actie van de schuldeiser of de curator een krachtig middel. DHC Advocaten c.q. ondergetekende beschikt over specialistische kennis en de middelen om u daarbij behulpzaam te zijn.

Edy Hoogendam