Flexibele mogelijkheden bedrijfshuisvesting

Economische teruggang betekent ook leegstaande bedrijfspanden. Zowel vestigings-plaatsen voor detailhandel maar ook de kantoorruimten laten de afgelopen jaren steeds meer lege gaten zien. Niet goed voor het aanzicht van een bedrijventerrein, binnenstad maar ook niet goed voor de omzet van de vastgoedeigenaar. Als huurverlaging, aantrekkelijke voorwaarden er niet voor kan zorgen dat panden worden gevuld, zijn er wellicht mogelijkheden vanuit de ruimtelijke ordeningswetgeving. Voorwaarde is wel dat overheden en vastgoedeigenaren de handen ineen slaan.

Vraag en aanbod

Het verhuren van bedrijfspanden is in de eerste plaats vooral een spel van vraag en aanbod, van vraagprijs en de prijs die men bereid is te betalen voor een vestigingslocatie. Is de prijs te hoog dan wordt er niet gehuurd en is de locatie niet aantrekkelijk dan verhuist men naar een ander pand of andere regio. In een voorspoedig draaiende economie de normale gang van zaken. In de afgelopen jaren is de economische situatie veranderd. Omzetten lopen terug, het aantal faillissementen is gestegen, investeringsbereidheid is gedaald en als het gaat om het opstarten van nieuwe ondernemingen, houdt men de adem in. In de detailhandel ervaart men ook dat consumenten minder tot aankopen overgaan en zijn ook de gevolgen van de groeiende internethandel voelbaar. Al deze omstandigheden hebben tot gevolg dat panden structureel leeg komen te staan.

De instrumenten van huurverlaging, het aantrekkelijk maken van de locatie en andere huurdersbenefits werken in veel gevallen niet meer. Permanente leegstand is het gevolg. Geen reclame voor de gemeente en een chronische verliespost voor de vastgoedeigenaar. Om deze lose/lose situatie om te bouwen is het nodig dat partijen de handen in een slaan. Het ruimtelijk ordeningsrecht – de wetgeving die de inrichting van ons land regelt – biedt daarvoor de mogelijkheden.

Ruimtelijke ordeningsrecht

Het Nederlandse ruimtelijke ordeningsrecht kent op gemeentelijk niveau het bekende bestemmingsplan, waarin is vastgelegd op welke wijze de ruimte in een gemeente mag worden ingevuld en welke activiteiten wel en niet zijn toegestaan. Op de meeste bedrijventerreinen zijn vaak alleen bedrijfsmatige activiteiten toegestaan en zijn alle andere activiteiten zoals wonen of maatschappelijke activiteiten verboden. Het veranderen van bestemmingsplannen is een tijdrovende en kostbare aangelegenheid die op korte termijn ook niet het probleem van leegstand kan oplossen. Het ruimtelijk ordeningsrecht kent echter ook mogelijkheden om – met een goede ruimtelijke onderbouwing – af te wijken van het bestaande bestemmingsplan. Ook kan er aan objecten een tijdelijke andere bestemming worden gegeven en kan gebruik worden gemaakt van de planologische kruimellijst van artikel 4 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) waarbij het gebruik van het gebouw – onder voorwaarden – kan worden gewijzigd.

Op deze wijze kan er ook aan de situatie van leegstand een eind worden gemaakt en biedt dit ook weer de mogelijkheid om een bestaande bestemmingsplan in een later stadium definitief te wijzigen zodat er meerdere mogelijkheden ontstaan voor gebruik van vastgoed. Om deze win/win situatie te krijgen, is het wel nodig dat vastgoedeigenaren en overheden samen werken en is goede advisering op het gebied van ruimtelijke ordening absoluut noodzakelijk. DHC Advocaten is u daarbij graag van dienst.

Jan-Rob van Manen