Wet opkoopbescherming

Grote steden hebben bij de Rijksoverheid de wens geuit om beleggers die woningen opkopen te kunnen weren. De Tweede en Eerste Kamer hebben daarom een nieuwe wet aangenomen. De nieuwe wet geeft gemeentes in buurten waar schaarste is aan goedkope en middeldure koopwoningen de mogelijkheid om een opkoopbescherming in te voeren. Deze wet belemmert beleggers behoorlijk en dat wordt niet als prettig ervaren. Hieronder worden de zeven meest gestelde vragen over het opkoopverbod beantwoord.

Wat houdt de wet kort gezegd in?

De naam van de nieuwe wet is ‘Wet opkoopbescherming’, maar het had passender geweest om te spreken over ‘Wet verhuurverbod’. Op grond van deze nieuwe wet hebben alle gemeentes in Nederland de mogelijkheid om in de huisvestingsverordening woonruimtes aan te wijzen die niet verhuurd mogen worden zonder vergunning.

In de huisvestingsverordening kan de gemeente woonruimtes aanwijzen die vallen onder het verhuurverbod. De gemeente mag alleen goedkope en middeldure woningen aanwijzen. Daarnaast mag een gemeente alleen een verhuurverbod instellen als sprake is van een onevenwichtige en onrechtvaardige effecten door de schaarste van woningen of als dit noodzakelijk is voor de leefbaarheid van een buurt.

In de toelichting op de nieuwe wet wordt aangegeven dat bijvoorbeeld sprake is van onevenwichtige effecten door schaarste aan woningen indien opgekochte woningen vervolgens tegen hoge prijzen worden verhuur.

Wat is het doel van de wet?

Het doel van de nieuwe wet is het verbeteren van de positie van starters en mensen met middeninkomens op de woningmarkt. Dit doel moet worden bereikt door het voor vastgoedbeleggers onaantrekkelijk te maken om goedkope en middeldure woningen te kopen.

Wanneer kan ik een vergunning krijgen om te verhuren?

Het uitgangspunt is dat voor het verhuren van woonruimtes die de gemeente heeft aangewezen in de huisvestingsverordening geen vergunning wordt verleend. Desondanks moet de gemeente in een drietal gevallen een vergunning verlenen voor het verhuren van een woonruimte. Dit is het geval als:

  1. de woonruimte wordt verhuurd aan eerste- en tweedegraads bloed- en aanverwanten;
  2. de woonruimte onderdeel is van een winkel-, kantoor- of bedrijfspand;
  3. de verhuurder langer dan twaalf maanden in de woonruimte heeft gewoond en de verhuurder bij de vergunningaanvraag aantoont dat de woning niet langer dan twaalf maanden wordt verhuurd.

Wanneer wordt de wet van kracht?

De wet wordt van kracht op 1 januari 2022. Voor woningen die voor 1 januari 2022 zijn gekocht en waarvan de akte van levering voor 1 januari 2022 is ingeschreven in de openbare registers gaat het verhuurverbod niet gelden. Daarnaast gaat het verhuurverbod niet gelden als een woning al langer dan zes maanden wordt verhuurd.

Wat als ik toch een woonruimte ga verhuren zonder vergunning?

Mocht door de gemeente worden geconstateerd dat een woonruimte wordt verhuurd zonder benodigde vergunning, dan kan een bestuurlijke boete worden opgelegd. De gemeente kan dan aan overtreders van het verhuurverbod (first offender) een bestuurlijke boeten opleggen van maximaal € 21.750,-.

Mocht sprake zijn van recidive, dus als dezelfde woning nogmaals zonder benodigde vergunning wordt verhuurd binnen vier jaren, dan kan er aan de eigenaar van de woning een maximale bestuurlijke boete van € 87.000,- worden opgelegd.

Wat als ik meer wil weten over de opkoopbescherming?

In samenwerking met vastgoedspecialist drs. Esther Dekker hebben mr. Jan-Rob van Manen en mr. Maarten Smits een podcast gemaakt over het verhuurverbod. Mocht u meer willen weten over het opkoopverbod, dan kunt u de podcast luisteren. Hierbij de link naar de podcast:

https://podcastluisteren.nl/ep/Beleggen-en-Verhuren-Podcast-met-vastgoed-specialist-drs-Esther-Dekker-de-vastgoed-podcast-van-Nederland-Podcast-81-Het-opkoopverbod.

Afgewezen vergunningaanvraag of bestuurlijke boete?

Heeft u aanvullende vragen over het opkoopverbod? Wilt u een woonruimte verhuren die is aangewezen in de huisvestingsverordening, maar wordt uw vergunningaanvraag afgewezen? Of wordt u geconfronteerd met een bestuurlijke boete vanwege het verhuren van een woonruimte zonder benodigde vergunning? In dat geval kunt u contact opnemen met DHC Advocaten. DHC Advocaten kan u in dat geval met raad en daad terzijde staan.

Mr. Jan-Rob van Manen

Mr. Maarten Smits