Het is een nachtmerriescenario voor iedere leverancier: een klant die eerst netjes betaalt, daar vervolgens onverwacht mee stopt en kort daarop failliet wordt verklaard. Dit kan leiden tot aanzienlijke financiële schade. Openstaande facturen blijven onbetaald, geleverde goederen vallen in de faillissementsboedel en de kans op enige uitkering uit het faillissement is vaak beperkt. Juist daarom is het essentieel om al vóór of bij het aangaan van de handelsrelatie juridische maatregelen te treffen. Achteraf schade beperken is immers aanzienlijk lastiger dan vooraf risico’s beheersen.

Een belangrijk uitgangspunt in het faillissementsrecht is het beginsel van paritas creditorum: gelijkheid van schuldeisers. In de praktijk blijkt die gelijkheid echter betrekkelijk. Banken met zekerheden, zoals pand- of hypotheekrechten (separatisten), en preferente schuldeisers zoals de Belastingdienst en het UWV hebben een sterkere positie. De vorderingen van deze partijen worden als eerste voldaan wanneer sprake is van een boedel. De gemiddelde leverancier zonder zekerheden is een zogenoemde concurrente schuldeiser. Betaling van hun vordering komt pas aan bod nadat de separatisten zijn voldaan en de preferente schuldeisers volledig zijn betaald. Het restant wordt vervolgens naar rato verdeeld over deze concurrente schuldeisers. In veel faillissementen is echter al onvoldoende saldo om de preferente schuldeisers (volledig) te kunnen voldoen. Kortom, je staat doorgaans achteraan in de rij en grijpt mis. Dit maakt het des te belangrijker om al bij het aangaan van de handelsrelatie bewust na te denken over juridische bescherming.

Eigendomsvoorbehoud

Een van de belangrijkste manieren om zekerheid van betaling te krijgen is het eigendomsvoorbehoud op geleverde goederen. Op grond van artikel 3:92 BW kan worden bedongen dat de eigendom daarvan pas overgaat op de klant na volledige betaling van de koopprijs. De leverancier blijft daarmee juridisch eigenaar, ook nadat de goederen aan de klant zijn geleverd, totdat de volledige koopprijs is voldaan. Bij faillissement van de klant betekent dit in beginsel dat de betreffende goederen niet in de faillissementsboedel vallen en door de leverancier kunnen worden teruggevorderd van de curator.

Een dergelijk beding wordt doorgaans opgenomen in de algemene voorwaarden. Voor een geldig beroep daarop is echter vereist dat deze van toepassing zijn verklaard, door de klant zijn aanvaard en de klant een redelijke mogelijkheid heeft gehad om van de voorwaarden kennis te nemen. Bestond die mogelijkheid niet, dan kan een beroep op vernietiging van de voorwaarden worden gedaan.

Daarnaast moet de leverancier kunnen aantonen dat de geleverde goederen van hem afkomstig zijn en onder het eigendomsvoorbehoud vallen. Wanneer goederen zijn doorverkocht, verwerkt of vermengd met andere voorraden, wordt dit vaak lastig of onmogelijk. Daarom is het belangrijk dat bij levering al wordt gezorgd voor een duidelijke identificatie van de goederen, zodat achteraf kan worden aangetoond welke goederen onder het eigendomsvoorbehoud vallen.

Recht van reclame

Indien geen (geldig) eigendomsvoorbehoud is overeengekomen, kan het recht van reclame, zoals opgenomen in artikelen 7:39–7:44 BW, uitkomst bieden. Dit recht geeft de leverancier de mogelijkheid om de koopovereenkomst te ontbinden en de geleverde goederen terug te vorderen bij uitblijvende betaling.

Het recht van reclame kan echter slechts gedurende een korte termijn worden uitgeoefend. Op grond van de wet vervalt dit recht zes weken nadat de koopprijs opeisbaar is geworden én uiterlijk zestig dagen nadat de goederen onder de koper zijn opgeslagen. In de praktijk gaat het daar vaak mis. Het succesvol uitoefenen van het recht van reclame vereist dan ook snel en actief handelen van de leverancier zodra betalingsproblemen zich voordoen.

Retentierecht

Het retentierecht zoals opgenomen in artikel 3:290 BW vormt een ander juridisch instrument dat de positie van de leverancier kan versterken. Het geeft de bevoegdheid om te weigeren goederen af te geven totdat een vordering die de leverancier op de klant heeft is betaald. Belangrijk is dat dit recht eveneens kan worden uitgeoefend om oude schulden te innen, zolang de zaken die de leverancier onder zich houdt daar maar voldoende verband houden mee houden.

In geval van faillissement blijft het retentierecht in beginsel bestaan. Dit betekent dat de curator de goederen waarop het retentierecht rust niet zonder meer kan opeisen of verkopen, en dat de leverancier een bevoorrechte positie heeft bij de afwikkeling van de opbrengst van die goederen.

In de praktijk is de betekenis voor leveranciers echter vaak beperkt omdat de  direct aan de klant worden geleverd. Het retentierecht is vooral effectief wanneer goederen zich tijdelijk bij de leverancier bevinden, bijvoorbeeld bij reparatie, bewerking of opslag. Op die manier biedt het retentierecht een belangrijke aanvullende bescherming aan concurrente schuldeisers.

Contractuele afspraken

Naast deze goederenrechtelijke zekerheden spelen ook contractuele afspraken een belangrijke rol. Denk aan vooruitbetalingen, bankgaranties, korte betalingstermijnen, leveringen in delen of het beperken van kredietruimte. Hoewel dergelijke afspraken geen bescherming bieden tegen een faillissement, verkleinen zij wel het risico op het moment dat het misgaat. Vanuit juridisch perspectief is dit een vorm van risicobeheersing die vaak wordt onderschat, maar in de praktijk van groot belang is.

Conclusie

In een faillissement kan een leverancier zijn positie achteraf vrijwel nooit volledig herstellen. Zonder vooraf gestelde zekerheden en contractuele waarborgen resteert in de regel slechts een concurrente vordering met beperkte verhaalsmogelijkheden.

Wilt u niet achteraan in de rij van schuldeisers aansluiten bij een faillissement? Dan is het essentieel om uw positie al vóór of bij het aangaan van de handelsrelatie goed te beschermen.

Wilt u zeker weten dat uw contracten en algemene voorwaarden en uw positie bij een faillissement daadwerkelijk versterken? Neem dan gerust contact met DHC Advocaten op, wij staan klaar om u te adviseren. Een relatief beperkte investering kan het verschil maken tussen volledig verlies en (gedeeltelijke) zekerheid van verhaal.

Lisanne Boer

mr. Lisanne Boer

Bouw, vastgoed en overheden, Onderneming en bedrijf, Insolventie en herstructurering

Telefoonnummer

0183 631 033

Emailadres

boer@dhcadvocaten.nl