Vrijheid van meningsuiting en arbeidsrelaties

Als gevolg van problemen in de arbeidsrelaties werd een arbeidsovereenkomst tussen werknemer en werkgever door de kantonrechter ontbonden. Nadien liet de werknemer zich in een krantenartikel erg negatief over het bedrijf van de werkgever uit met onder meer de woorden “Deze werkgever is geen baas waar je graag voor werkt”.

Werkgever vond dat hij immateriële schade had geleden nu hij door de uitlatingen was aangetast in zijn functie als bestuurder en enig aandeelhouder en startte een procedure waarin hij van de ex-werknemer – naast rectificatie – een schadevergoeding vorderde.

Werknemer was echter van mening dat hij recht van vrije meningsuiting had en ook niet verantwoordelijk was voor de uitlating van de journalist in het gepubliceerde artikel.

De rechtbank was de werkgever goed gezind en oordeelde dat het handelen van de ex-werknemer onrechtmatig was en veroordeelde tot rectificatie en schadevergoeding.  De ex-werknemer stelde hoger beroep in en werd vervolgens door het Hof in het gelijk gesteld. Ondanks het feit dat het Hof de ex werknemer wel (mede)verantwoordelijk achtte voor de inhoud van het artikel, werd de vordering van de werkgever toch afgewezen. Het hof oordeelde dat nu de werknemer zich in het artikel slechts zich had beklaagd over de wijze van bedrijfsvoering, waarbij de namen van werkgever en werknemer niet waren vermeld, er geen sprake was van onrechtmatig handelen.

De weegschaal met daarop enerzijds de vrijheid van meningsuiting van de werknemer en anderzijds de eerbiediging van het privéleven en goede naam van de werkgever sloeg in dit geval door in het voordeel van de werknemer. Dit was anders geweest als de werknemer naam en toenaam van partijen had genoemd en zich negatief had uitgelaten over de in het bedrijf van de werkgever werkzame personen. Wanneer er wel sprake is van een onrechtmatigheid jegens de werkgever, is van feitelijke aard. Dit volgt uit de aard van de gepubliceerde uitlatingen, de ernst van de te verwachten gevolgen, de mate waarin de negatieve uitlatingen steunen op de feiten en tot slot de inkleding van de negatieve uitlatingen. De vrijheid van meningsuiting van de werknemer heeft derhalve beperkingen daar waar de uitlatingen de werkgever en zijn personeelsleden persoonlijk gaan raken. Ook hier geldt de voetbalregel “speel de bal en niet de man”!

Jan-Rob van Manen