In hoeverre is een letselschade-uitkering hoogstpersoonlijk?

Anno 2016 trouwen de meeste mensen in Nederland nog steeds in gemeenschap van goederen. Ditzelfde geldt voor het aangaan van een geregistreerd partnerschap. Van alle op dit moment bestaande geregistreerde relaties geldt voor het overgrote deel het regime van een gemeenschappelijke boedel. Wat gebeurt er bij de verbreking van deze relaties met een ontvangen letselschadevergoeding?

Deze vraag is niet zo heel gemakkelijk te beantwoorden. Maar de beantwoording slaagt beter als de schade-uitkering goed is gedocumenteerd.

Juridisch vertaald gaat het om de vraag of de schade-uitkering verknocht is aan het slachtoffer (art.1:94 lid 3 BW). Als er sprake is van verknochtheid dan kan worden afgeweken van de hoofdregel dat alles (baten en schulden) gemeenschappelijk is. Het enkele feit dat alleen het slachtoffer de schade-uitkering heeft ontvangen betekent niet dat deze niet in de gemeenschappelijke boedel valt. Het zal duidelijk moeten zijn op welke schade(n) de vergoeding betrekking heeft.

Heeft de schadevergoeding betrekking op het verlies van verdienvermogen dan moet er onderscheid worden gemaakt tussen de vergoeding die ziet op de periode vóór ontbinding van de huwelijksgemeenschap en de periode erna.  Uitsluitend de vergoeding voor toekomstige inkomensschade is verknocht en valt niet in de gemeenschappelijke boedel.

Een letselschade-uitkering bestaat meestal uit meerdere bestanddelen. Het kan hierbij bijvoorbeeld ook gaan om een vergoeding voor medische kosten, voor reiskosten, voor hulp in de huishouding, voor verlies van het vermogen om te klussen in en om de woning etc. Voor al deze onderdelen van de schadevergoeding geldt dat het van belang is te onderscheiden op welk tijdsvak ze betrekking hebben. Is het een vergoeding voor al geleden schade of betreft het toekomstschade. De (echt-genoot-)partner zal niet meedelen in het deel van de letselschade-uitkering dat aantoonbaar betrekking heeft op de toekomstschade van het (echtgenoot-)slachtoffer. Het slachtoffer moet dit wel aantonen. Het hof Den Bosch heeft zeer onlangs (hof Den Bosch 27 september 2016,ELCI:NL: GHSHE:2016:4284), volgens de lijn van de jurisprudentie, bepaald dat er eisen aan het bewijs van het slachtoffer mogen worden gesteld.

Hoe zit het met de smartengeldvergoeding?
Smartengeld is verknocht en valt buiten de verrekening van de gemeenschap. Deze vergoeding is naar zijn aard bestemd om te dienen als compensatie voor leed en is daardoor hoogstpersoonlijk.

Soms duurt een huwelijk lang en wordt de letselschade-uitkering geïnvesteerd in een nieuwe dakopbouw van de echtelijke woning of gebruikt voor de aanschaf van een caravan. Als op deze wijze een in beginsel verknochte schade-uitkering wordt vervangen door een ander goed dan is het niet zo dat dit nieuwe goed op dezelfde wijze is verknocht. In zo’n geval wordt het ingewikkeld en is het de vraag of de oorspronkelijk verknochte schade-uitkering nog afzonderlijk is te identificeren.

Tenminste één op de drie huwelijken wordt door echtscheiding ontbonden. In al die gevallen zal voor letselschade-uitkeringen moeten worden uitgemaakt óf en in hoeverre zij in de eventuele huwelijksgemeenschap vallen. Het is dus beslist van belang om zorgvuldig te werk te gaan bij het afwikkelen van een letselschadezaak.

Janke Colombijn