Experimenteel bestemmingsplan Gorinchem doorstaat toets afdeling bestuursrechtspraak Raad van State.

Het bedrijventerrein Groote Haar in Gorinchem is opgenomen in artikel 7c van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet. En dat is bijzonder. Op deze wijze is het mogelijk gemaakt dat het bestemmingsplan Groote Haar onlangs is vastgesteld met een zogenaamde verbrede reikwijdte. Hierdoor is het mogelijk dat in dit bestemmingsplan kan worden geëxperimenteerd met de in voorbereiding zijnde nieuwe Omgevingswet die niet meer denkt in bestemmingsplannen maar in omgevingsplannen.Op dit moment betekent dit dat kan worden afgeweken van bestaande ruimtelijke wetgeving, waardoor tal van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk zijn. Ook de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in haar uitspraak d.d. 25 april 2018 geoordeeld dat de raad van de gemeente Gorinchem op goede gronden van de aan haar gegeven wettelijke bevoegdheden gebruik heeft gemaakt. Gorinchem heeft daardoor haar eerste experimentele bestemmingsplan binnen de gemeentegrenzen.

Artikel 7 c van het  Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet vindt haar grondslag in artikel 2.4. van de Crisis- en herstelwet. In dat artikel staat dat – als een bestemmingsplan is opgenomen in het hierboven genoemde besluit – bij wijze van experiment mag worden afgeweken van bepaalde wettelijke regelingen. Dit uitsluitend op voorwaarde dat het experiment bijdraagt aan innovatieve ontwikkelingen en voldoende aannemelijk is dat de uitvoering van dit plan bijdraagt aan het bestrijden van de economische crisis en aan de duurzaamheid, waaronder bijvoorbeeld energietransitie. Wat daarbij opvalt is al gelijk dat dit bestemmingsplan voor de duur van twintig jaar is vastgesteld daar waar de wettelijke normale termijn tien jaar bedraagt. Vanwege het experimentele karakter was namelijk namens de raad aannemelijk gemaakt dat de ontwikkeling van dit bedrijventerrein een voorzienbaar langere periode zou bestrijken.

Wat verder opvalt in dit bestemmingsplan is dat er in het plan regels zijn opgenomen die zien op duurzaamheid en energietransitie, waaronder regels voor het duurzaamheidsniveau van de te realiseren bebouwing, het energieverbruik van de bedrijven en de verplichte realisatie van warmte- en koude-opslag. Hierdoor wordt ook weer gebruik gemaakt van het hierboven genoemde artikel 7c van het Besluit waarin is opgenomen dat in een bestemmingsplan regels kunnen worden gesteld ten behoeve van het in stand houden van een veilige en gezonde leefomgeving. Dit kan ook worden toegepast binnen bestemmingsplannen waar de zwaardere milieucategorie bedrijven zich willen vestigen.

Duurzaamheid wordt dus niet alleen omschreven als het beschermen van het milieu op dit moment maar wordt in een breder kader getrokken. Het gaat er daarbij om dat de bestaansmogelijkheden van nu worden gewaarborgd zonder dat daarmee de bestaansmogelijkheden van de toekomstige generatie in gevaar worden gebracht.

De gemeenteraad heeft daarbij – volgens de Afdeling – voldoende aannemelijk gemaakt dat sommige investeringen in deze duurzaamheid slechts lonend zijn als een bedrijventerrein met een omvang als in het plan voorzien ook daadwerkelijk kan worden ontwikkeld en dat daarvoor de ontwikkeltijd ook wordt verlengd. Nu de raad ook voldoende had onderbouwd dat een verruimde planperiode die de volledige ontwikkeling van het bedrijventerrein mogelijk maakte een versterking van de economische structuur betekende, oordeelde de Afdeling dat dit plan voldeed aan alle vereisten van de Crisis- en herstelwet, in het bijzonder aan artikel 7c van het Besluit uitvoering Crisis en herstelwet.

De Afdeling heeft met deze uitspraak mogelijk gemaakt dat gemeenten – mits zij dit goed onderbouwen – bestemmingsplannen kunnen verwezenlijken die de tand des tijd meer dan tien jaar kunnen ontstaan en waarbij duurzaamheid het sleutelwoord is.

Een uitdaging voor gemeentebesturen en hun ambtelijk apparaat. Maar ook voor ontwikkelaars die een duurzaam plan willen gaan uitvoeren.

Mochten daarbij vragen rijzen, dan kunt u contact opnemen met DHC Advocaten. Wij staan u met raad en daad terzijde.

 

Jan-Rob van Manen